Home Nieuws De nieuwe serie Masterclasses

De nieuwe serie Masterclasses - Nieuws

De nieuwe serie Masterclasses

12 maart 2020
Zwangerschapsmassage, stoelmassage, nekmassage, bindweefselmassage...Voor wie verbreding zoekt als sportmasseur, zijn er cursussen zat. Maar verdiepende nascholingen zijn er een stuk minder. Daarom is de nieuwe NGS nascholingscommissie vorig jaar begonnen met het ontwikkelen van een serie masterclasses. “Het NGS wil dat het diploma en de licentie voor kwaliteit staan. Dan moeten we de leden ook de mogelijkheid tot het behouden en verdiepen van die kwaliteit bieden”, zegt Brigitte Verheij.


Zij heeft het initiatief genomen om de nascholingscommissie op te richten. Om haar heen hoorde ze de behoefte tot verdieping onder sportmasseurs en sportzorgmasseurs en ook als opleider miste ze in het bestaande scholingsaanbod aandacht voor anatomie, fysiologie en pathologie, inspectie en functieonderzoeken. “Voorheen had elke afdeling daar zijn technische avonden voor. Maar bij sommige afdelingen was een gebrek aan vrijwilligers om ze te organiseren of liep het om een andere reden niet. En commerciële aanbieders laten technische nascholingen vaak links liggen. Die bieden liever verbredende cursussen met allemaal verschillende massages aan, want die lopen hartstikke goed. Dat kun je aanbieders niet kwalijk nemen, want zij moeten hun boterham verdienen met hun scholingen. Maar voordat je begint met masseren, moet je wel weten waarom je kiest voor een bepaalde massage. Dat stukje ontbrak in de nascholingen.”

Pilot
Brigitte noemt het voorbeeld van een cliënt met nekklachten. “Dan kun je denken: mooi, ik ga die nek masseren. Maar het hele stuk ervoor wordt vaak vergeten. Als ik aan cursisten vraag: Maar met welk doel ga je masseren, wat wil je bereiken? Dan valt het stil. Voordat je met je handen aan iemand gaat zitten, moet je in eerste instantie weten waarom je iets doet. En dat moet je ook aan je cliënt duidelijk kunnen maken. Anders is massage alleen maar symptoombestrijding”, vertelt ze. In de opleiding is natuurlijk veel aandacht voor anatomie, inspectie, functie-onderzoeken en klinisch redeneren. Maar vaak zakt die kennis na verloop van tijd weg, zeker als je het niet dagelijks gebruikt. “Bovendien ontwikkelt de medische wetenschap zich snel. Er komen regelmatig nieuwe testen en inzichten. Daar hoor je als masseur van op de hoogte te zijn”, zegt Brigitte. Vorig jaar verzamelde Brigitte zeven mensen om samen de nascholings–commissie mee te vormen. Dat zijn ervaren sport(zorg)masseurs, fysiotherapeuten en mensen uit het onderwijs. Ze ontwikkelden de eerste vier masterclasses, over de onderste extremiteiten (zie kader). In 2019 draaide de serie als pilot op het NGS-bureau in Bilthoven. Dit voorjaar wordt de serie masterclasses ook gegeven in Leeuwarden. In Bilthoven wordt momenteel de tweede serie, over de bovenste extremiteit, als pilot aangeboden. Brigitte: “Het is de bedoeling dat de masterclasses door het hele land gaan plaatsvinden. Dan hoeven leden niet al te ver te reizen.”

In het bestaande Scholingsaanbod was er voor bepaalde zaken geen aandacht”

Masterclasses onderste extremiteiten
De serie onderste extremiteiten bestaat uitvier masterclasses, waarvan de eerste drie ook los van elkaar te volgen zijn. Elke masterclass is geaccrediteerd voor vier punten voor licentieverlenging. Tijdens de eerste drie scholingsavonden staat steeds een ander gewricht centraal: enkel, knie en heup. Vanuit de anatomie, fysiologie en pathologie wordt het traject van anamnese naar het behandelplan doorlopen. Door voorbereiding aan de hand van verschafte documenten zal kennis opgefrist en herhaald worden, waardoor tijdens de masterclass zeer efficiënt en effectief gewerkt kan worden. Het accent van deze masterclasses zal liggen op het functieonderzoek en de interpretatie daarvan.

Tijdens de masterclasses komen de volgende zaken aan bod:

  • herkennen van symptomen en kunnen herleiden naar betrokken weefsel/structuren;
  • analyseren en interpreteren van anamnesegegevens;
  • analyseren en interpreteren van inspectiegegevens;
  • analyseren en interpreteren van palpatiegegevens;
  • analyseren en interpreteren van onderzoeksgegevens;
  • vaststellen van de bevindingen;
  • opstellen van een behandelplan;
  • adviseren op basis van vastgestelde bevindingen.

Tijdens de laatste van de vier masterclasses staat het klinisch redeneren vanuit de onderste extremiteiten centraal. Hierbij wordt gebruikgemaakt van actuele praktijkcasuïstiek. Om aan de vierde masterclass te kunnen meedoen, moet een cursist minimaal twee van de eerste drie avonden gevolgd hebben.

Leden nascholingscommissie
Brigitte Verheij:
sportmasseur, fysio- en manueel therapeut, docent sportmassageopleidingen.
Lenny Kievit: sportmasseur, docent lichamelijke oefening en sportmassageopleidingen.
Natasja Franchimont: sportmasseur, neuromusculair therapeut, docent sportmassageopleidingen.
Jolanda Donders: sportzorgmasseur, orthopedagoog, coach, docent sportmassageopleidingen.
Richard Piersma: osteopaat, examinator sportmassage.
Greetje Schraa: fysiotherapeut, bestuurslid afdeling Overijssel, docent sportmassageopleidingen.
Carmen Eelman: fysiotherapeut, docent sportmassageopleidingen, bestuurslid NGS.
Susanne Willemsen: sportzorgmasseur.

Reacties
In elke masterclass staat een ander gewricht centraal. Het begint met zelfstudie. Voorafgaand aan de cursusavond kunnen de deelnemers een aantal documenten downloaden om voor te bereiden. “Op de avond zelf gaan we in op de vraag hoe je onderzoek doet, wat je constateert en wat je vervolgens met die kennis gaat doen. Daarna behandelen we aanvullende functietesten en inzichten uit de orthopedie, fysiotherapie en sportgeneeskunde. Dat is belangrijk, want als je iets niet kent, dan hérken je het ook niet. Uiteindelijk willen we bereiken dat deelnemers na een goede intake en inspectie weten welke behandeling ze gaan geven en waarom. En dat ze aan cliënten kunnen uitleggen wat ze daarvan kunnen verwachten”, vertelt Brigitte. De reacties van deelnemers op de pilot waren enthousiast. Elke masterclass had ruim twintig deelnemers, op de laatste na. Brigitte: “Dat was jammer, want in de laatste bijeenkomst ‘het klinisch redeneren’ komt juist alles samen. Met de leerstof uit de drie voorgaande masterclasses wordt een actuele praktijkcasus geanalyseerd, gestructureerd en praktisch doorlopen. Het gehele proces van oorzaak en gevolg in de bewegingsketen komt aan bod. Deze vierde masterclass is de kers op de taart. Dat moeten we beter communiceren.”
Na de pilot is geëvalueerd met de deelnemers. “Dat vonden we belangrijk, want we willen aan de hand van hun ervaringen de masterclasses weer verbeteren”, zegt Brigitte. Het viel haar op dat de meeste deelnemers de bijeenkomsten hoog hebben

“Voordat je met je handen aan iemand gaat zitten, moet je weten waarom je iets doet”

gewaardeerd. “Ze konden cijfers geven tussen 0 en 5 en de scores kwamen steeds tussen 4,5 en 5 uit. Dat is extreem hoog, zeker voor de eerste keer. Natuurlijk gaan we aan de slag met de verbeterpunten, die ook uit de evaluaties zijn gekomen. ” Professionaliteit Individuele begeleiding is tijdens de masterclasses heel belangrijk. De maximale groepsgrootte is dertig en er zijn minimaal vier docenten op een avond aanwezig. Twee staan er tijdens de centrale uitleg voor de groep en daarna lopen er vier docenten rond om bij het praktische gedeelte te begeleiden. “Er is veel tijd om vragen te stellen en te sparren met collega’s uit het vak. Dat is ook belangrijk”, vindt Brigitte. “Veel masseurs zitten alleen in hun praktijk. Intervisie is dan niet zo eenvoudig. Maar daar kun je een hoop van leren. Ook dat moeten we als NGS aan de leden bieden.” Naast functieonderzoeken en de interpretatie daarvan is erin elke masterclass ook aandacht voor communicatie, zowel naar de cliënt als naar andere zorgverleners. Brigitte: “Als je je bevindingen hebt gedaan, moet je ze ook kunnen motiveren en opschrijven. Zo kun je je cliënt een goed verslag meegeven, waarin staat wat je geconstateerd hebt, wat je adviseert en waarom je dat doet. Dat is belangrijk bij een doorverwijzing naar een fysiotherapeut, orthopeed of sportarts.” Volgens Brigitte moeten sportzorgmasseurs niet bang zijn om cliënten door te verwijzen. “Je kunt het niet altijd alleen oplossen. Daarom is het belangrijk om goed te weten welke andere zorgverleners er in jouw regio zitten. Met een goede doorverwijzing straal je professionaliteit uit. Cliënten zullen het waarderen en terugkomen.”

Ontwikkeling nieuwe masterclasses
Momenteel loopt in Bilthoven een pilotserie over de bovenste extremiteit. Deze zijn op dezelfde manier opgebouwd als de masterclasses over de onderste extremiteit. Schouder, elleboog en pols/hand staan in deze reeks centraal. Het is de bedoeling dat deze serie na de zomer tevens elders in het land wordt aangeboden. Naast de twee masterclassreeksen over de onderste en bovenste extremiteiten, is de commissie nascholing bezig met het ontwikkelen van een aantal losse masterclasses. Voorbeelden hiervan zijn trainingsleer en herstel, rekkingstechnieken en de opbouw van spiervezels, anatomie in vivo, wervelkolom en bekken en het goniometrisch vastleggen van gewrichtsuitslagen. In de toekomst is het de bedoeling ook voor wellnessmasseurs een serie masterclasses te ontwikkelen. Voor sportmasseurs zal het in de toekomst mogelijk zijn om middels een reeks masterclasses zich voor te bereiden op het examen sportzorgmasseur. Binnen de nascholingscommissie wordt op dit moment hard gewerkt aan deze samenstelling en uitwerking.

Kijk voor een actueel overzicht van de aangeboden masterclasses op www.ngsmassage.nl/ngs-agenda .