Hans van Vechgel: van internationaal salesmanager naar sportzorgmasseur “Topsporters weten wanneer ze verzorging nodig hebben” - Nieuws
Hans van Vechgel: van internationaal salesmanager naar sportzorgmasseur “Topsporters weten wanneer ze verzorging nodig hebben”
“Maar”, haalt de 62-jarige masseur hem weer terug op aarde, “topfit voor zondag?” Hans verwijst naar de mogelijkheid die Nick over enkele dagen krijgt om de vereiste limiet te lopen om deel te mogen nemen aan het Europese kampioenschap onder 23 jaar, van 13 tot en met 16 juli in Polen. Uit de mond van de sporter komen geen klachten. Sterker, hij heeft er alle vertrouwen in. “Ik moet nog een stukje van mijn tijd afhalen, maar ik heb zó goed getraind. Het voelt zo easy, het moet gewoon lukken.”
Hard werken
Het is een gemiddeld bezoek dat Nick Smidt met zijn gespierde lijf brengt aan de massagepraktijk Tijd voor Spieren van sportzorgmasseur Hans van Vechgel aan de Jachtlaan in Apeldoorn. Naast Nick heeft Hans nog vier atleten onder behandeling van Team SOTRA, Stichting Opleiding Topatletiek Regio Apeldoorn. Het team staat onder leiding van trainer-coach Betty Hofmeijer. Ook mountainbikester Anne Terpstra maakt gebruik van Van Vechgels diensten. Terpstra werd in 2014, 2015 en 2016 Nederlands kampioen en reisde ook af naar de Olympische Spelen in Rio de Janeiro.
“Ik kom hier al sinds september 2015”, vertelt Nick. “Betty verwees me naar Hans en dat loopt prima. Ja, ik heb al een paar keer goed gebroken op de bank gelegen. Meestal kom ik één keer in de week. Het gaat vooral om een stukje preventie. Vorig jaar ben ik geblesseerd geweest, mijn hamstring was gescheurd. Daarmee ben ik negen weken onder de pannen geweest. Het heeft een heel seizoen invloed gehad. Of je wel of niet gemasseerd wordt, maakt wel degelijk verschil. Soms vindt Hans iets wat ik niet voel. Als ik daarmee doorloop, wordt het een pijntje.”
“Bij mij lopen ook weleens stagiairs mee”, vult Hans hem aan. “Nick wordt dus ook weleens behandeld door een snuffelstagiair. Kijk, die benen van Nick zien er iets anders uit dan de huis-tuin-en-keukenbenen die ik ook masseer. En je kunt alles van me zeggen, maar niet dat ik het zacht doe. Ja, de benen van zo’n topatleet zijn wel harder werken, maar het is ook hartstikke leuk om te doen.”
Nauwe band
Het aantal sporters dat Hans behandelt telt zo’n 25 tot 30 procent van zijn klantenbestand. “Voor de rest zijn het mensen zoals jij en ik met klachten aan rug, schouders, noem maar op. Het leuk van die sporters is dat je ze ook meer gaat volgen, via uitslagen.nl en social media. Kijken of ze fit zijn en of niets raars is gebeurd. Je krijgt toch een heel nauwe band.”
De inwoner van Apeldoorn heeft nu voor het zevende jaar zijn praktijk aan huis aan de Jachtlaan. Hij doet in totaal zo’n 120 behandelingen per maand. “Het is heel wat anders dan internationaal salesmanager”, verwijst hij lachend naar zijn vorige baan. Hans is nu fulltime aan de slag in zijn praktijk Tijd voor Spieren. Als trainer-coach van een softbalteam bij Robur’58 in Apeldoorn, wilde hij in 2001 meer weten van het menselijk lichaam. Hij deed de opleiding sportmassage van het NGS, gevolgd door de cursus Blessurepreventie. “Ik heb het bijgehouden door vrienden en kennissen te masseren.” Ook verleende hij zijn diensten bij de Midwinter Marathon Apeldoorn. “Met medecursisten. Het was liefdewerk oud papier.”
Cliënten doorgestuurd
In 2010, zo vertelt Hans, was hij “klaar met reizen voor zijn werk”. Het was bovendien crisis in de papierindustrie. “Ik dacht: Wat ga ik nu doen? Ik kan van mijn hobby mijn werk maken. Ik heb gesproken met fysiotherapeuten, advies bij anderen gevraagd en vervolgens een businessplan geschreven. De fysio’s zeiden: ‘Ga voor jezelf beginnen, wij helpen je wel.’ Zo hebben we cliënten naar elkaar doorgestuurd. Het eerste halfjaar heb ik in huis gewerkt. Maar hoe meer ik ging nadenken over hoe ik de klanten aan me zou kunnen binden, hoe meer ik ervan overtuigd was dat ik dan ook een aparte ruimte nodig had voor de klanten. Toen heb ik besloten de garage om te bouwen tot praktijkruimte. Dat betekent dat mijn auto op de oprit staat, maar ja, het is keuzes maken!”, lacht hij. De garage, die bestond uit halfsteensmuren en een golfplaten dak, bouwde Hans om tot fraaie praktijkruimte. “Het heeft goed uitgepakt. Mijn praktijk is gegroeid. Ik hoefde weinig reclame te maken. Ik kreeg klanten door mijn netwerk en veel mond-tot-mondreclame.”
Overleg
Sport(zorg)masseur is een intiem beroep. Hans van Vechgel heeft op zijn bank al heel wat persoonlijke verhalen voorbij horen komen. “Je mag mensen zomaar aanraken. Het contact is er, dat voelt vertrouwd. Het is best weleens slikken wat mensen me vertellen. En soms zeggen ze als ze van de bank afstappen: ‘Waarom vertel ik dit eigenlijk?’ Ik probeer er wel rekening mee te houden als ze ergens mee zitten. Als ik weet dat er iets staat te gebeuren, sms ik even.”
Die betrokkenheid tekent Hans. Daarom lijkt hij ook de ideale man deze sporters van zo dichtbij te volgen en ze van tijd tot tijd even een moment van rust te gunnen op zijn bank. Aan hun verhalen komt natuurlijk nooit een eind. De trainster eist van de atleten dat ze een logboek bijhouden. Nick: “Het is een trainingsdagboek. Daarnaast houden we bij hoeveel uren we aan slapen, reizen en school besteden. Ook geven we met een cijfer aan hoe we ons voelen en of we gemasseerd zijn.” De hordeloper studeert momenteel informatiekunde in Utrecht. “Ik volg dit jaar de helft van het aantal vakken. Dat betekent meer tijd en meer rust en minder blessures.”
Hans houdt nauw contact met de medische begeleiding van Team SOTRA. “Als er klachten zijn, gaat het altijd in overleg met de fysiotherapeut. Ik masseer en als ik onraad ruik, delegeer ik naar de fysiotherapeut of manueel therapeut. Zo gaat het ook bij de andere klanten. Als ik het niet vertrouw, verwijs ik de mensen door. Soms voel je iets wat er niet hoort. Bij de één moet je iets meer doorvragen naar wat er aan de hand is dan bij de ander.”
Bonus
Nick en zijn collega’s blijven voor de enthousiaste masseur een bijzondere groep binnen zijn klantenbestand. “Topsporters weten wanneer ze verzorging nodig hebben. Als je ziet wat ze ervoor moeten doen en laten… Aan die snoeppot komen ze echt niet hoor!”, wijst Hans naar de glazen pot die in de praktijkruimte op tafel staat.
Nick: “Natuurlijk is de verleiding er weleens. Wij wonen in een atletenhuis en naast ons zitten studenten. Op een verjaardag wordt mij echt weleens een biertje aangeboden. Dan zeg ik: ‘In augustus ga ik een biertje met je drinken.’ Dat maakt het voor mij makkelijker. Nu niet, maar in de zomer drinken we er één. Ons huis staat dicht bij het station, de atletiekbaan én de supermarkt Boni. Elke dag trainen we van 15.00 tot 17.00 uur, daarna gaan we door naar de Boni, gaan we koken, naar bed en de volgende dag begint het feest weer van voren af aan. Sommige mensen zeggen weleens: ‘Trainen jullie maar twee uur per dag?’ Nou, met de manier waarop wij trainen, is het na die twee uur op. Kijk, op Gran Canaria kun je vier uur trainen, daar herstel je sneller door de warmte.”
Voor de topatleet die Nick Smidt is, ligt er uiteraard een stappenplan klaar. Zijn olympische droom zijn de Zomerspelen van 2020 in het Japanse Tokio. Hans, nuchter als hij is, wil zichzelf in dat proces niet belangrijker maken dan hij naar eigen zeggen is. “Je bijdrage zit hem soms in kleine dingen, dat een sporter zich ergens geen zorgen om hoeft te maken. Masseren betekent ook: helpen dat iets niet mislukt. Soms is het een bevestiging dat alles goed is. Het is misschien minder dan één procent, maar ik probeer bij te dragen aan een betere prestatie. Het gaat om tienden van seconden, zeker bij sprinters. Als ze een jaar lang trainen en ze lopen een tiende sneller, hebben ze een goed jaar gehad. Dat ik bij dit team betrokken ben, is een bonus voor mij. Ik heb al tegen Nick gezegd: ‘Als je naar Tokio gaat, wil ik je koffer wel dragen!’”