Home Nieuws BMX’er Jay Schippers: “Raymon weet als oudtopsporter precies waar hij het over heeft”

BMX’er Jay Schippers: “Raymon weet als oudtopsporter precies waar hij het over heeft” - Nieuws

BMX’er Jay Schippers: “Raymon weet als oudtopsporter precies waar hij het over heeft”

28 juli 2017
Elke week ligt BMX’er Jay Schippers op de massagetafel op Papendal. Het liefst bij sportmasseur Raymon van der Biezen. Raymon is niet zomaar een masseur op het nationale trainingscentrum. Hij is zelf voormalig BMX’er, deed mee aan de Olympische Spelen en werd twee keer Europees kampioen. “Raymon en ik hebben zelfs twee jaar bij elkaar op de kamer gelegen tijdens toernooien en trainingskampen. Hij kent mij hartstikke goed”, zegt Jay.

Zijn er specifieke BMX-blessures, op de botbreuken van valpartijen na?

Raymon: “Veel BMX’ers hebben last van hun onderrug. Ikzelf heb versleten tussenwervels en ook bij Jay is zijn rug zijn zwakke plek. Dat komt aan de ene kant door de klappen die de rug op moet vangen en aan de andere kant door de vele krachttraining. BMX’ers moeten zorgen dat de spieren heel sterk zijn. Daardoor zijn de spieren in de onderrug vaak gestrest en moeten ze losgemaakt worden.”
Jay: “Gelukkig heb ik nog niet zoveel last van blessures als Raymon had, maar mijn rug zit wel altijd vast. Soms heb ik er zoveel last van, dat ik niet goed kan trainen. Ik merk echt het verschil als ik een tijdje niet gemasseerd ben. Als alles net los is gemaakt, gaat het wel weer. Al zijn die massages niet altijd een pretje.”

Raymon is bezig met de bovenbeenspieren van zijn voormalige teamgenoot. Hij zet zijn elleboog flink in de buitenste spier van Jay, die voor de foto probeert zijn gezicht in de plooi te houden, maar toch even verschiet van de pijn.
Jay: “De pijn is anders dan bij een valpartij. Nu weet ik dat Raymon zijn elleboog er even lekker in ramt en dat dat zeer gaat doen. Ach, het is voor een goed doel zullen we maar zeggen.’’
Raymon, grijnzend: “Ik mag je af en toe best even pesten, toch?”

Jay, is het niet raar om door je voormalige teamgenoot zo onder handen genomen te worden?

Jay: “Nee, ik vind het juist heel fijn. Raymon weet precies waar hij het over heeft. Hij weet waar je als BMX’er last van hebt, hoe je lijf voelt na een wedstrijd of training. Hij heeft het allemaal meegemaakt. Met hem kan ik ook over een wedstrijd of tactiek praten. Hij hielp me daar al mee toen we nog kamergenoten waren en dat doet hij nu nog tijdens de massages.”

Eigenlijk ben je meer dan alleen een masseur voor de BMX’ers, of niet Raymon?

Raymon: “Ja, dat probeer ik wel te zijn. Ook voor andere sporters hoor. Kijk, ik weet niets van badminton, maar ik weet wel dat die jongens en meiden voor een belangrijk toernooi onder spanning staan. Ik weet ook hoe het is om als topsporter een mindere periode te hebben. Op de tafel komt dat dan ter sprake, je hebt een vertrouwensband. De sporters weten dat ik weet waar ze het over hebben. Dat praat makkelijker.”

Eigenlijk is sportmasseur dus een heel goede baan na een topsportcarrière?

Raymon: “Als je in het menselijk lichaam geïnteresseerd bent zeker. Ik heb het CIOS gedaan en als keuzevak de opleiding tot sportmasseur gevolgd. Ik vond het gewoon interessant om te weten hoe je lijf in elkaar zit. Toen ik stopte met topsport, vroegen ze me of ik op Papendal wilde komen masseren. Ik vind het heel leuk om ook na mijn eigen carrière nog zo betrokken te zijn bij de topsport.”

Jay, jij staat nog aan het begin van je carrière. Hoe gaat het met je ontwikkeling?

“Steeds beter. Ik rij nu voor het derde jaar bij de elite-mannen. In mijn laatste jaar als junior ging het hartstikke goed. De overstap naar de elite-renners was zwaar voor mij. Mijn teamgenoot Niek Kimmann werd meteen wereldkampioen in zijn eerste jaar. Ik ontwikkel me langzamer.”

Hoe komt dat?

Jay: “Het is gebleken dat mijn belastbaarheid minder groot is dan bij andere BMX’ers. We moeten dus rustig opbouwen. Mijn rug geeft soms problemen. De start is mijn zwakke punt, daar moet je heel explosief voor zijn. Ik ben wel heel behendig en goed in inhalen, maar die anderen rij je niet zomaar voorbij. Ik heb het laatste jaar een flinke stap gemaakt. Voor het eerst haalde ik een kwartfinale tijdens een wereldbekerwedstrijd, dus ik maak progressie. Helaas heb ik me dit jaar niet geplaatst voor het WK. Ik ga me nu richten op Europese wedstrijden voor het EK.”

Jij gaat wel naar het WK toch Raymon?

Raymon: “Ik ga mee als assistent van bondscoach Bas de Bever. Maar ik zal ook wel masseren als dat nodig is. Er gaan twee fysiotherapeuten mee, maar het zal op sommige dagen erg druk zijn. Dan kan ik wellicht wat van ze overnemen. Masseren is een zwaar vak en niet de hoofdmoot van wat een fysiotherapeut normaal gesproken doet. Als het nodig is, spring ik bij.”

Over fysiotherapeuten gesproken, hoe is de samenwerking hier op Papendal?

Raymon: “Goed. Met name de judoka’s worden regelmatig doorgestuurd naar ons door de fysio. Die hebben ook allemaal specifieke rugklachten. Dan zegt de fysiotherapeut vaak tegen een judoka: ‘Ga eerst even langs de masseur om je rug los te maken.’ Soms krijg ik een telefoontje of mailtje van een fysiotherapeut over een sporter met de vraag om de nadruk te leggen op bepaalde spieren, zodat hij er met zijn behandeling beter doorheen komt.”
Jay: “Als ik bij de fysio ben, dan bespreekt hij soms ook met me wat Raymon moet doen.”

Massage hoort er tegenwoordig bij op Papendal, maar kan het beter?

Raymon: “Het kan altijd beter. Maar dat is ook een budgetkwestie. Laatst kwamen de juniorenbaanwielrenners terug van een trainingskamp van zestien dagen. Er was geen masseur mee, want daar was geen geld voor. Toen ik ze daarna op mijn tafel kreeg, zaten ze helemaal vast. En dan heb je maar een halfuurtje. Dat was niet eens genoeg om de benen los te maken, aan de rug kwamen we niet toe. Dat heb ik toen wel teruggekoppeld. Als ik iets doe, wil ik het goed doen. Nu kon ik mijn werk niet afmaken. Het is geen onwil, maar er is op dit moment geen budget voor meer dan een halfuur per week voor die baanwielrenners. Dat is te weinig.”
Jay: “Gelukkig hebben wij BMX’ers nu elke week een uur. Voorheen moest ik kiezen: of benen of rug. Wat doet het meeste pijn? Nu kan Raymon alles doen. En daardoor kan ik weer een week goed trainen.